|
“My name is John Riley, I’ll have your ear only a while, I left my dear home in Ireland, It was death, starvation or exile.” Dit zijn de eerste woorden van de songtekst Saint Patrick Battalion van de Amerikaanse singer-songwriter David Rovics. Het lied beschrijft de lotgevallen van een groep Ierse vrijwilligers die diende in het Amerikaanse leger ten tijde van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog in het midden van de 19e eeuw.
De ogen geopend door de wreedheden van het Amerikaanse leger, en de
groeiende twijfel over de rechtvaardigheid van deze veroveringsoorlog
tegen de Mexicaanse staat, leidt tot het overlopen van deze Ieren naar
Mexicaanse zijde in het heetst van de strijd. Onder aanvoering van
commandant John Riley wordt het Saint Patrick bataljon opgericht,
vernoemd naar Saint Patrick, de beschermheilige van Ierland. In vijf
veldslagen zal dit bataljon het Mexicaanse leger terzijde staan om
uiteindelijk in Churobusco vernietigend door de Amerikanen te worden
verslagen.
Welke rol heeft het Saint Partrick Battalion gespeeld in de
Mexicaans-Amerikaanse Oorlog? Wie was John Riley? Waar kwam hij
vandaan, en hoe is het met hem afgelopen? Volgt de songtekst van David
Rovics de historische gebeurtenissen nauwgezet of is zijn tekst een
geromantiseerde weergave? Wat overigens het volste recht is van een
artiest; Rovics is immers geen historicus maar zanger. Het zijn vragen
die mij intrigeerden toen ik zijn lied voor de eerste keer hoorde, en
vragen die aan de basis liggen van deze lezing.
Om iets van de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog te begrijpen en een zinvol
antwoord op bovengenoemde vragen te krijgen, moeten we eerst iets meer
weten over de ontstaansgeschiedenis van de Verenigde Staten. Vanaf
ongeveer 1600 komen de eerste kolonisten aan op de oostkust van wat nu
de Verenigde Staten is. Deze eerste kolonisten kwamen uit Engeland en
hoopten in Amerika snel fortuin te maken door het vinden van goud en
zilver. Goud en zilver bleken echter nagenoeg onvindbaar in het noorden
van het Amerikaanse continent. Wat de kolonisten wel aantroffen, was
een enorme massa aan vruchtbare grond. Vooral tabak, recent ontdekt en
zeer populair in Europa bleek uitstekend te groeien in Virginia, het
oudste gedeelte van de huidige Verenigde Staten. Hierdoor veranderde
het karakter van de Engelse koloniën aan de oostkust al snel. Geen
plaats om snel rijk te worden, maar een vestigingskolonie, een plek
waar men naar toe trok om er een nieuw bestaan op te bouwen, om er te
blijven, permanent.
In het kielzog van de Engelsen volgden al snel andere Europeanen;
Nederlanders, Duitsers, Skandinaviërs. Deze oude immigranten duidt men
in de huidige Amerikaanse maatschappij nog altijd aan met de afkorting
WASP. WASP staat voor white, blank dus, Anglo-Saxon, Angelsaksisch, dat
wil zeggen van West- of Noord-Europese afkomst, en heel belangrijk
Protestant, dus behorend tot één van de talloze
protestants-christelijke kerkgemeenschappen die nog altijd een zeer
bloeiend bestaan leiden in de Verenigde Staten. Deze WASP’s zijn nog
altijd het meest aanzienlijke en invloedrijkste deel van de bevolking
van de Verenigde Staten. Illustratief hiervoor is het feit dat van de
42 presidenten die Amerika tot nu toe heeft gehad er maar liefst 41 uit
dit volksdeel afkomstig waren. De enige uitzondering is John F.
Kennedy, van Ierse afkomst, en zoals het overgrote deel van de Ieren
lid van de rooms-katholieke kerk.
Het waren deze WASP’s die in 1776 de onafhankelijkheid uitriepen en na
de gewonnen onafhankelijkheidsoorlog tegen moederland Groot-Brittannië
de Verenigde Staten van Amerika stichten. Zij schonken het land de
grondwet met daarin die beroemd zin: “All men are created equal.”, over
vrouwen werd in die tijd nog niet gesproken. Maar zelfs ‘all men’ moet
hier met een korreltje zout genomen worden. Want hoe equal waren de
slaven die in steeds grotere getale vanuit Afrika naar het nieuwe land
gevoerd werden om daar de tabaks- en katoenplantages te bewerken. En
hoe gelijk waren de oorspronkelijke inwoners van Noord Amerika, de
Native Americans, die in die tijd algemeen werden aangeduid met de term
Indianen. Een historische vergissing van Columbus, die toen hij in 1492
in het Caraïbisch gebied voet aan wal zetten, meende dat hij ergens in
de buurt van Japan zat, het Verre Oosten dus, in die tijd aangeduid met
verzamelnaam Indië, land achter de rivier de Indus. Ruwe schattingen
geven aan dat toen de eerste Engelsen in Noord-Amerika verschenen er in
dit gebied zo’n tien miljoen Indianen –om reden van duidelijkheid zal
ik de politiek incorrecte term Indianen blijven gebruiken- leefden,
verdeeld over talloze stammen.
Naarmate de blanke bevolking van Amerika groeide, zowel door
natuurlijke aanwas als door nieuwe immigratie, breidden de kolonisten
hun leef- en werkgebied steeds verder naar het westen uit, wat
onherroepelijk zou leiden tot contacten, maar uiteraard ook tot
spanningen en conflicten met de daar aanwezige Indianenstammen.
Het leidde ook tot een ander uniek verschijnsel in de Amerikaanse
geschiedenis, namelijk het ontstaan van de frontier. Met de frontier
wordt de grenslijn bedoeld tussen het reeds gekoloniseerde, beschaafde
blanke oosten en het onontgonnen wilde westen, een grens die in de loop
van de tijd steeds verder opschoof naar het westen. Het bestaan van
deze frontier heeft echter niet alleen een geografische maar ook een
mentale dimensie. Daarmee bedoel ik dat zij medebepalend is geweest
voor de manier waarop Amerikanen over hun eigen maatschappij denken.
Het is een bekende sociologische these dat in de Verenigde Staten,
ondanks de enorme rijkdom van het land, er nooit een verzorgingstaat
van West-Europese omvang is ontstaan juist vanwege de aanwezigheid van
de frontier. Wie er in het oosten van de Verenigde Staten niet in
slaagde een bestaan op te bouwen, viel niet terug op steun van de
staat, maar trok westwaarts de Appelachen over, het enorme kernland van
Noord-Amerika in, om daar zijn geluk te beproeven. Dit proces heeft in
totaal enkele eeuwen geduurd. Arizona, de woestijnstaat in het uiterste
zuid westen van de Verenigde Staten werd pas in 1911, als laatste staat
op het continent in de Unie opgenomen, dus al met al nog geen honderd
jaar geleden. En in de jaren zestig van de vorige eeuw gaf president
John F. Kennedy zijn grote sociale hervormingsprogramma de veelzeggende
titel; ‘New Frontier’.
In de loop van de 19e eeuw kwamen de immigranten niet alleen meer uit
de eerdergenoemde West- en Noord-Europese landen, maar kwamen er
geleidelijk steeds meer niet-WASP’s naar de Nieuwe Wereld. Een
emigratieland bij uitstek was Ierland. Ierland was in die tijd nog een
straatarme en zwaar onderdrukte kolonie van Engeland. Pas in 1921 zou
het land zijn onafhankelijkheid krijgen, waarvoor het met het verlies
van de noordelijke provincie Ulster, tot op de dag van vandaag een
brandhaard tussen protestanten en rooms-katholieken, ook nog eens een
zware prijs betaalde. In de jaren 40 van de 19e eeuw brak op het
platteland tot overmaat van ramp een aardappelziekte uit die hele
oogsten vernietigde. De keus voor de meeste Ieren was letterlijk wat ik
aan het begin van deze lezing al uit de tekst van David Rovics
aanhaalde; ‘death, starvation or exile’. En hier komen we ook John
Riley, de latere commandant van het Saint Patrick’s Battalion weer
tegen, één van die talloze straatarme Ieren, die oversteek naar de
Verenigde Staten waagden. In Riley’s geval liep deze weg via Canada
naar het beloofde land.
Nu viel dat beloofde land in de praktijk tegen, want ook in de
Verenigde Staten werden de Ierse nieuwkomers met de nek aangekeken. Wel
blank, maar niet van Angelsaksische doch van Keltische afkomst, en
bovendien overtuigd katholiek, werden zij door de oude immigranten
nauwelijks getolereerd en vaak veroordeeld tot een keihard en marginaal
bestaan aan de frontier. De progressieve Amerikaanse historicus Howard
Zinn, auteur van ‘A peoples history of the United States’ gaat in dit
boek zelfs nog een stap verder. Hij stelt dat de Ierse immigranten door
de toenmalige Amerikaanse regering doelbewust aan de frontier gedropt
werden, om daar te dienen als buffer, een soort van menselijk schild
tussen de bloeiende landbouwgemeenschappen van de WASP’s in het oosten
en de steeds vijandiger wordende Indianenstammen ten westen van de
frontier.
In 1844 wordt James Knox Polk gekozen tot president van de Verenigde
Staten. Polk was een overtuigd expansionist, een president die het
grondgebied van de Verenigde Staten wilde vergroten en daarom zeer
bewust aanstuurde op een oorlog met Amerika’s zuiderbuur Mexico. Mexico
sinds 1821 een onafhankelijke staat, na een geslaagde revolutie tegen
de Spaanse machthebbers was in die tijd veel groter dan het huidige
Mexico. Texas, en de Amerikaanse staten die wij nu kennen als Nieuw
Mexico, Utah, Nevada, Arizona, Califonië en een deel van Colorado
maakte deel uit van die Mexicaanse staat. En al gebiedt de
objectiviteit van mij als historicus te vermelden dat deze lege
woestijngebieden niet heel precies met grenspaaltjes waren afgebakend,
was de Mexicaanse zeggenschap over deze gebieden internationaal
onomstreden.
Een vroeg succes behaalden de Amerikanen toen zij er in 1836 in
slaagden Texas van Mexico los te weken en op te nemen in de Unie.
Overigens wel op een unieke voorwaarde van Texaanse kant. Texas is de
enige van de vijftig staten die het grondwettelijk recht heeft
eenzijdig uit de unie te stappen. Vandaar haar bijnaam ‘Lone Star
State.’ President Polk maakte precies van het juist verworven Texas
gebruik om een oorlog tegen Mexico uit te lokken. De zuidgrens van deze
staat was traditioneel de Neuces-rivier, maar Polk moedigde zijn
troepen aan deze grens te verleggen naar de Rio Grande, zo’n 250
kilometer zuidelijker, en de huidige grens tussen Texas en Mexico. Het
wachten was op een reactie van Mexicaanse zijde, die de Amerikaanse
president dan kon aangrijpen als een casus belli, een reden om een
oorlog tegen Mexico te beginnen.
Die Mexicaanse reactie kwam toen de kwartiermeester van generaal en
latere president Zachary Taylor , kolonel Cross tijdens een
inspectietocht langs de Rio Grande verdween en elf dagen later dood
werd teruggevonden. Zijn schedel was ingeslagen door een zware steen.
De Amerikanen zagen hierin het werk van Mexicaanse guerrilla’s en
begonnen zich voor te bereiden op een veldtocht tegen Mexico, door het
werven van vrijwilligers voor het leger.
En vrijwilligers waren vooral te vinden onder de kansarme nieuwe
immigranten, mannen voor wie het vooruitzicht op een vast maandloon en
de belofte van een eigen stukje land als de strijd eenmaal voorbij zou
zijn een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefende. Onder hen
waren dus veel Ieren, ook de manen die later het Saint Patrick’s
Battalion zouden vormen. Een mengeling van vaderlandsliefde en het
vooruitzicht op een gevulde maag deed hen in eerste instantie kiezen
voor het Amerikaanse leger.
Hoe dachten gewone Amerikanen over de oorlog tegen Mexico? Hoe was om
het modern te zeggen de publieke opinie? Dat is erg moeilijk vast te
stellen. Opiniepeilingen werden nog niet gehouden. We kunnen het
stemgedrag van de Amerikaanse bevolking nagaan, maar slecht een kleine
minderheid van de inwoners van de Verenigde Staten mocht stemmen, en
van dit recht maakte bovendien opnieuw slechts een minderheid gebruik.
In het Congres, het Amerikaanse parlement, werd in overweldigende
meerderheid voor de oorlog en de benodigde militaire budgetten gestemd.
Zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat stemde een zeer
kleine minderheid tegen. Deze tegenstemmers kwamen vrijwel allemaal uit
dezelfde hoek. Het waren allemaal overtuigde abolishonisten,
tegenstanders van de slavernij. Zij vreesden dat in de op Mexico
veroverde gebieden nieuwe Amerikaanse staten zouden ontstaan, die de
slavernij juist zouden invoeren, waardoor het gebied in de Verenigde
Staten waar slavernij werd toegestaan alleen maar groter zou worden.
Bekijken we tenslotte de pers uit die jaren dan zien we aanvankelijk
veel enthousiasme voor de oorlog tegen Mexico, maar we zien ook dat
naarmate de strijd wreder en bloediger werd dat deze stemming neigt tot
omslaan. Ook dat is een universeel verschijnsel ten tijde van oorlog.
Het omslaan van de stemming was natuurlijk het sterkst bij de
vrijwilligers die de wreedheden met eigen ogen aanschouwden, begingen
of ondergingen. En dan met name bij de Ierse vrijwilligers, in
vredestijd al behandeld als tweederangs burgers en nu verzeild geraakt
in een strijd tegen een volk dat nota bene net als zijzelf devote
aanhangers waren van het rooms-katholieke geloof, terwijl henzelf door
de Amerikaanse legerleiding niet eens werd toegestaan om op zondag de
mis bij te wonen.
In het heetst van dit conflict trokken John Riley, tweehonderd andere
Ieren en ook een aantal katholieke Duitsers, Schotten en andere
Europeanen –mensen die David Rovics niet in zijn lied noemt- de ultieme
conclusie: Zij liepen over en vochten de rest van de oorlog uit aan de
Mexicaanse kant. Was het nu alleen het ideaal van solidariteit dat deze
overlopers tot hun keuze bracht? Katholieke solidariteit en protest
tegen een brute veroveringsoorlog, dat is wat David Rovics bezingt maar
misschien stelt hij hier de zaken toch iets mooier voor dan zij in
werkelijkheid waren. Want bronnen melden ook dat de Mexicanen deze
overlopers meer geld en meer land in het vooruitzicht stelden dan de
Amerikanen hadden gedaan, dus ook materialistische en egoïstische
motieven kunnen een rol hebben gespeeld. Hoe deze balans van idealen en
eigenbelang voor iedere individuele soldaat van het Saint Patrick’s
bataljon precies uitgewogen is geweest zullen we nooit meer kunnen
achterhalen.
Bronnen zijn schaars al was het maar omdat er bijna geen leden van het
bataljon zijn die de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog hebben overleefd. Het
Mexicaanse leger bleek niet opgewassen tegen de Amerikaanse overmacht
en werd in twee jaar tijd en vijf grote veldslagen steeds zuidelijker
gedreven tot in 1848 Mexico-stad in handen van het Amerikaanse leger
viel. De leden van het Saint Patrick’s bataljon wisten dat zij wanneer
zij in Amerikaanse krijgsgevangenschap zouden geraken zij als
landverraders de zwaarst mogelijke straffen zouden krijgen. Zij vochten
zich dus liever dood dan dat zij zich overgaven. Van een maximum
sterkte van achthonderd man, waren nog ongeveer vijftig San Patricio’s
in leven toen de Mexicanen 1848 capituleerden. Onder hen was commandant
John Riley.
Deze vijftig overlevenden kwamen voor een militaire rechtbank waar zij
terecht stonden voor het zwaarste vergrijp denkbaar; desertie in
oorlogstijd. Zonder dat hen het recht op verdediging werd gegund werden
de meeste veroordeeld tot de dood door ophanging. Ook dit was in strijd
met de Amerikaanse grondwet die op desertie in oorlogstijd weliswaar de
doodstraf stelde maar dan voor een vuurpeloton. En hoewel dit in onze
tijd wellicht een triviaal verschil lijkt, dood is immers doodwas er
voor de 19e eeuwse militair wel degelijk een significant verschil. Dood
door de strop werd als de meest oneervolle dood gezien, een straf
gereserveerd voor misdadigers van het allerlaagste allooi, terwijl het
vuurpeloton het slachtoffer een dood met enige waardigheid bood. Een
kwestie van gegokt, en helaas op de verkeerde, de verliezer, gegokt.
Opvallend genoeg bleef John Riley zelf de doodstraf bespaard, omdat
werd vastgesteld dat hij de Mexicaanse kant al gekozen had voor de
officiële oorlogsverklaring, en hij daarom formeel niet als deserteur
in oorlogstijd kon worden aangemerkt. Twee leden van het Saint
Patrick’s bataljon werden vrijgesproken, omdat niet kon worden
aangetoond dat zij überhaupt ooit dienst hadden genomen in het
Amerikaanse leger. Riley kwam er van af met vijftig zweepslagen en een
gebrandmerkte ‘D’ van deserteur in de huid, om vervolgens in de
nevelen van de geschiedenis te verdwijnen.
Hoe wordt er ruim 150 jaarna de Mexicaans-Amerikaanse oorlog tegen het
Saint Patrick’s bataljon aangekeken, Wat is het oordeel van de
geschiedenis? De Amerikaanse kant is duidelijk. Voor de Amerikaanse
geschiedschrijving is het Saint-Patrick’s Battalion niet meer geweest
dan een groep landverraders, een vreemdelingenlegioen dat geen plaats
verdiend in de Amerikaanse geschiedenis .Het is op vallend dat zowel de
‘Penguin Encyclopedia of American History’ als de ‘Encyclopedia of
American History’ van de Univerity of Columbia vele bladzijden aan de
Mexicaans-Amerikaanse Oorlog weidden zonder het bataljon zelfs maar te
noemen. En zelfs marxistische historicus Howard Zinn, die ik al eerder
aanhaalde, noemt het bataljon wel in zijn ‘Peoples History of the
United States’ maar slechts zeer terzijde, zonder er verder op in te
gaan.
In Mexico is de situatie uiteraard anders. Scholen, kerken en straten
dragen de naam van het bataljon en op twee dagen, Saint Patrick’s day,
16 maart, de nationale feestdag van Ierland, en 12 september, de dag
van de executies worden de strijders van het Saint Patrick’s Battalion
herdacht. Nog in 1997 verschenen er zowel in Mexico als in Ierland
speciale postzegels ter ere van de 150ste verjaardag van de oprichting
van het bataljon.
Mexico verloor de oorlog, stond grote gebieden af aan de Verenigde
Staten, maar herdenkt leden van het Saint Patrick’s Battalion als
vrijheidsstrijders. Landverrader of Vrijheidsstrijder, het is maar van
welke kant je de geschiedenis bekijkt. David Rovics staat
overduidelijk aan de Mexicaanse kant. Laten we hem het laatste woord
gunnen, omdat zijn lied Saint Patrick Battalion immers het vertrekpunt
van deze lezing is geweest.
My name is John Riley
I’ ll have your ear only a while
I left my dear home in Ireland
It was death, starvation or exile
And when I got to America
It was my duty to go
Enter the Army and slog across Texas
To join in the war against Mexico
It was there in the pueplos and hillsides
That I saw the mistake I had made
Part of a conquering army
With the morals of a bayonet blade
So in the midst of these poor dying Catholics
Screaming children, the burning stench of it all
Myself and two hundred Irishmen
Decided to rise to the call
Chorus: From Dublin City to San Diego
We witnessed freedom denied
So we formed the Saint Patrick Battalion
And we fought on the Mexican side
We marched ‘neath the green flag of Saint Patrick
Emblazoned with ‘Erin Go Bragh’
Bright with the harp and the shamrock
And Libertad Para Mexicana
Just fifty years after Wolftone
Five thousand miles away
The Yanks called us a legion of strangers
And they can talk as they may
Chorus
We fought them in Matamoros
While the volunteers were raping the nuns
In Monterey and Cerra Gordo
We fought on as Ireland’s sons
We were the redheaded fighters for freedom
Amidst these brown-skinned women and men
Side by side we fought against tyranny
And I dare say we’d do it again
Chorus
We fought them in five major battles
Churobusco was the last
Overwhelmed by the canons in Boston
We fell after each mortar-blast
Most of us died on that hillside
In the service of the Mexican State
So far from our occupied country
We were heroes and victims of fate
Chorus
Gebruikte bronnen:
Penguin Encyclopedia of American History
Encyclopedia of American History, Columbia University
Webster Encyclopedic Dictionary of the English Language
Zinn, Howard, A Peoples Hisory of the United States
DeMarco, Neil, The USA: A Divided Union
Wikipedia, the free encyclopedia- Saint Patrick’s Battalion
www.davidrovics.com
| Recente artikelen uit de rubriek Divers | Alle artikelen uit deze rubriek
|
,,, Geschreven door ,,, op 2007-10-04 14:09:23 prachtig!!! | Irish voters Geschreven door henk op 2008-05-25 21:10:37 Irish friends vote no for me. http://www.irish-friends-vote-no-for-me.org/ hast gone online. Please, visit, sign the petition, write your personal letter to the Irish people and distribute the link over all lists. | Ierland stemt Geschreven door spectator op 2008-06-10 10:36:30 Ierland gaat overmorgen een historische stem voor de Europeanen uitbrengen! Ierland zal het gedrogt Europees verdrag dat geen Europese Grondwet mag heten torpederen en redt daarmee de Europeanen van een poot te worden uitgedraaid middels een als maar stijgende blanco cheque voor de Brusselse Nomen Clatora. Dit alles uiteraard betaald door de gewone man op straat, alsof hij nog niet genoeg belasting betaald die hij in het niets ziet vervluchtigen. Donderdag zijn alle Europeanen een dagje Iers! | |