 |
 |
 |
 |
|
Geen Paniek - Merijn Oudenampsen - 01 oktober 2009 - 1252 hits
|
Gepubliceerd op de site van denktank Waterland, een analyse over het
populisme en de verrechtsing in Nederland aan de hand van het werk van
Stuart Hall en Antonio Gramsci:
'Niemand die op serieuze wijze begaan is met politieke strategie, kan
het zich in de huidige situatie nog veroorloven om de zogenaamde "ruk
naar rechts" te negeren. We begrijpen misschien nog niet hoe
verstrekkend deze is, noch het specifieke karakter ervan, de oorzaken
en de effecten. We hebben tot dus verre - een of twee uitzonderingen
daargelaten - gefaald in het vinden van strategieën die ons in staat
stellen sociale machten te mobiliseren die genoeg kracht en diepte
hebben om de golf te keren. Maar de tendens is moeilijk te ontkennen.
Het lijkt niet langer een tijdelijke slingerbeweging in het politieke
spel, een kortstondige verschuiving in de krachtverhoudingen. De trend
is al aanwezig - en een reden tot zorg - sinds het einde van de jaren
zestig. En alhoewel deze tendens zich heeft ontwikkeld met horten en
stoten, lijkt het erop dat haar dynamiek en momentum van duurzame aard
zijn. Reden voor links om de kenmerken van deze verschuiving openlijker
en diepgaander te bediscussiëren zonder schroom en zonder instant
oplossingen te verwachten.'
Deze woorden zijn afkomstig van Stuart Hall, en vormen de opmaat van
The Great Moving Right Show, een van zijn bekendere teksten over de
opkomst van de rechtspopulistische politiek van Thatcher in Engeland.
Verander het jaartal in de tekst van de jaren zestig naar de jaren
negentig - de opkomst van Fortuyn - en dezelfde tekst had met gemak in
het huidige Nederland geschreven kunnen worden. Want maar weinigen
betwisten dat in de afgelopen tien jaar de Nederlandse samenleving een
ruk naar rechts heeft ondergaan. In tegenstelling tot het Engeland uit
de tijd van Thatcher, heeft deze ideologische verschuiving in Nederland
echter relatief weinig aandacht gekregen, een achtergrondverhaal bij
het verbale geweld van de islam- en integratiedebatten. Om deze reden
zijn de inzichten van Hall over de werking van het rechtspopulisme nog
steeds zeer relevant, in het bijzonder omdat ze uitgaan van het
vraagstuk van de politieke strategie. In Nederland komt het vraagstuk
van politieke strategie überhaupt nauwelijks ter sprake. In ons geval
heeft het zelfs weinig zin om te spreken over het falen van linkse
tegenstrategieën. De voornaamste manier waarop links immers opvalt, is
door haar opmerkelijke onzichtbaarheid.
Er is natuurlijk de strategie van het politieke establishment - de
gevestigde partijen - tegen het alarmisme van Wilders en de zijnen.
Deze ligt in het verlengde van de gangbare polderreflex, dat van de
boel de boel houden en de lieve vrede bewaren, al heen en weer
schipperend tussen een belerend moralisme, als Wilders 'toch echt' te
ver gaat, en een zalvende schulderkenning, als men het eigen falen op
het gebied van integratie weer eens hartgrondig erkent. Om het
extremisme de wind uit de zeilen te nemen worden ondertussen
stilzwijgend grote delen van het programma van populistisch rechts in
afgezwakte vorm overgenomen. Tenslotte is er het rituele offer op zijn
tijd, zoals het laten vallen van Ella Vogelaar, dat de bloeddorst
bevredigt en de gemoederen kalmeert. Polariseren is bij deze hele
operatie natuurlijk uit den boze, deëscaleren en neutraliseren is het
devies. De afgedwaalde schapen moeten teruggelokt worden naar de kudde.
Deze sussende houding en de algemene neiging om het rechts populisme af
te doen als een onderontwikkelde vorm van politiek, een duveltje dat
men weldra weer in de doos kan krijgen, heeft de plaats ingenomen van
werkelijk strategische analyse over de opkomst van nieuwrechts in
Nederland. De resultaten tot nu toe zijn bekend, en zouden te denken
moeten geven.
Het is haast onmogelijk iets te zeggen over populisme in Nederland
zonder eerst met een plaatsbepaling te komen ten opzichte van het
fenomeen Wilders. Laten we beginnen met de observatie dat Geert Wilders
tegelijkertijd teveel en te weinig wordt aangerekend. Teveel, aangezien
de fascinatie met de persoon Wilders - en zijn hoogblonde kapsel -
velen ertoe heeft verleid om het rechtspopulisme en Wilders als
synoniemen van elkaar te zien. Alsof Wilders de totaalervaring is, en
niet slechts het meest recente en zichtbare onderdeel van een rechtse
stroming die in de afgelopen tien jaar de toon heeft gezet in de
Nederlandse politiek. De continuïteit en consistentie in thematiek,
strategie en politieke beeldvorming van deze brede nieuwrechtse
stroming sinds Fortuyn wordt nogal eens over het hoofd gezien. De media
hebben een sleutelrol gespeeld in de opkomst van nieuwrechts: er is het
activisme van De Telegraaf, Elsevier als rechts clubblad, HP/de Tijd en
haar nog voortdurende flirt met het Fortuynisme, denk aan rechtse blogs
zoals GeenStijl en het ontstaan van een breed gedragen rechtse
blogcultuur op het internet, denk aan rechtse columnisten zoals Theodor
Holman, Max Pam, Leon de Winter (een drie-eenheid door Jan Blokker op
gevatte wijze uitgeroepen tot 'Wij, het Volk"), denk aan de
neoconservatieve intellectuelen in Leiden: Paul Cliteur, Afshin Ellian,
Andreas Kinneging, en hun kortstondige avontuur met de Opinio onder
leiding van de neoconservatieve ex-Trouw redacteur Jaffe Vink, denk aan
de Edmund Burke Stichting, aan H.J. Schoo en Wim Couwenberg. In het
kort is nieuwrechts, in tegenstelling tot links, een actieve en
vormende kracht die zich grondig heeft vernieuwd in de afgelopen jaren
en die nog steeds vrolijk aan de weg timmert. Het is natuurlijk verre
van een homogene beweging, maar het heeft niettemin een zekere
politieke samenhang rond de overbekende thema's: integratie/islam,
vrijheid van meningsuiting, veiligheid, en natuurlijk het spookbeeld
van de linkse elite. En net zoals Thatcherism, lijkt het erop dat haar
dynamiek en momentum van duurzame aard zijn, want een hele generatie
groeit op en wordt in sommige gevallen politiek gevormd met een
continue stroom aan nieuwrechtse agitatie en polemieken. Wilders is
daarmee verre van een totaalervaring. Zijn electorale succes is
gebaseerd op een veel breder succes van nieuwrechts in het bespelen van
de politieke actualiteit, en het creëren van een rechtse 'common
sense', een geaccepteerde visie op de werkelijkheid waar Wilders alleen
nog maar aan hoeft te refereren.
Aan de andere kant krijgt Wilders te weinig krediet voor zijn
inspanningen. Want het politieke aspect van zijn interventies wordt
nogal onderschat. Al staat bijna het hele politieke spel in het teken
van de dreiging die uitgaat van het rechts populisme, nog lijken weinig
mensen datzelfde populisme als politieke kracht serieus te nemen. Dit
komt het meest duidelijk naar voren in de (weinig productieve)
diskwalificatie van populisme als demagogie, simplisme,
onderbuikpolitiek, schreeuwerigheid en wat dies meer zij. Het woord
populist wordt in veel gevallen gebruikt als een simpel scheldwoord,
wat eerder het gebrek aan intelligentie aantoont van degene die het in
de mond neemt, dan degene die ervan beschuldigd wordt. Tenslotte levert
het niet veel meer op dan morele zelfbevrediging. Een andere
opmerkelijke gemeenplaats over het populisme, is dat het simpelweg een
'u vraagt, wij draaien' betekent, een 'roept u maar'. Vooral politici
laten zich op deze manier laatdunkend uit over het populisme.
Allereerst is het opmerkelijk omdat deze beschuldiging overduidelijk
maakt wat de democratieopvatting is van de gevestigde politiek: u
stemt, wij bepalen. Het is natuurlijk stiekem geen nieuws dat de
democratie altijd een geleide democratie betekent (zie bijvoorbeeld het
intrigerende boekje Hatred of Democracy uit 2007 van Jacques Rancière),
het is alleen enigszins naïef dat expliciet te maken in de verwachting
dat het iemand motiveert om op je te stemmen. Ten tweede is het
opmerkelijk, omdat men blijkbaar de populisten op hun woord gelooft als
die stellen dat zij zeggen wat het volk denkt. Waardoor Wilders en
nieuwrechts zich ongestraft kunnen presenteren als de democratische
oppositie en de elite als volksvreemd kan worden weggezet. In de
onderstaande tekst zal ik proberen te laten zien dat deze 'u vraagt,
wij draaien' visie op Wilders, ons compleet het zicht ontneemt op waar
we ons qua politieke strategie druk om zouden moeten maken: het
vormende en scheppende karakter van de politiek van nieuwrechts.
'Ik zeg wat ik denk en u denkt wat ik zeg' - de rol van interpellatie
Zoals velen al hebben geobserveerd, schuilt er een zekere paradox in de
typisch populistische stelling dat men gehoor geeft aan de stem van het
volk (zie Rudi Laermans' artikel Populisme, democratie en politiek
systeem of Koen Abts' Het Populistisch Appèl). Want wat dat volk
precies is, blijft onduidelijk. Het is tenslotte een compleet virtuele
categorie. Het ene moment is het de 'man op straat' die weet wat er
speelt in zijn buurt, het volgende moment zijn het de gewone mensen,
even later is het Jan met de Pet, Truus met de Krulspelden of de
hardwerkende Nederlander die zucht onder de belastingdruk. Al deze
retorische figuren maken duidelijk dat populisten niet slechts
luisteren naar het volk, maar het volk ook letterlijk creëren, in
beeldvorming, naar gelang hun eigen politieke interesses. Zoals we
straks aan de hand van het werk van Stuart Hall zullen zien, ligt in
deze operatie het vraagstuk van de politieke strategie besloten.
Dick Pels gaf kort geleden in een artikel in Waterstof #45 een
treffende beschrijving van dit mechanisme. Ik zal hem hieronder ruim
citeren. Pels gebruikt een vergelijking met economie en begint met het
bestrijden van het idee van de soevereine consument: dat de klant
koning is, dat aanbod puur en alleen door vraag gestuurd wordt.
Daarvoor haalt hij het boek Het boodschappenbolwerk (2008) van
marketingman Frits Kremer aan:
'Iedere ondernemer weet dat de behoeften van consumenten tot op zekere
hoogte kunnen worden gevormd en gestuurd. Een zelfbewuste
merkenpolitiek gaat er dan ook van uit dat niet de vraag het aanbod
bepaalt maar het aanbod de vraag. Een echt merk verschuilt zich niet
achter de mythe van de soevereine consument. Het zendt een krachtige
eigen boodschap uit, met de ambitie om de aarzelende consument te
overtuigen of in elk geval te verleiden.'
Het populisme van de markt is dus niet alleen maar democratisch maar
ook top down en paternalistisch, aldus Pels, en dit geldt ook voor de
populistische politiek:
'Het populisme in de politiek en het populisme van de markt hebben dus
eigenlijk dezelfde structuur. Populistische politici zeggen de stem van
het volk te vertegenwoordigen, maar het is de vraag of het volk wel
voor zichzelf kan spreken als de politicus niet eerst heeft gezegd wat
het volk 'eigenlijk' denkt. 'Hij zegt wat ik denk', zeiden velen over
Pim Fortuyn. Maar dachten ze het eigenlijk wel voordat hij het had
gezegd? Populisten willen graag 'luisteren naar de mensen' en
'vraaggestuurd' werken, maar vergeten dat hun aanbod van politieke
slogans de vraag pas articuleert, en het onderbuikgevoel verheft tot
een idee in de bovenkamer.
Zowel in de politieke arena als op het marktplein gaat het dus om een
wisselwerking tussen een elite van producenten, marketeers en
merkenbouwers en een achterban van consumenten, kopers en kiezers. Pas
in dit heen-en-weer tussen elite en massa, dit touwtrekken tussen
ondernemers en klanten, worden economische en politieke behoeften
vormgegeven. Het aanbod bepaalt evenzeer de vraag als de vraag het
aanbod.'
Behalve dat Pels hier de populisten naar mijn mening grof onderschat,
omdat ze zogenaamd 'vergeten' dat ze mensen politiek beïnvloeden, is
het een zeer treffende analyse. Het revolutionaire aan dit inzicht, is
dat het een groot manco aantoont in de bestaande literatuur over
populisme. Laten we de meest invloedrijke publicatie erbij nemen: het
boek Diplomademocratie van bestuurskundige Mark Bovens. Kort na het
verschijnen namen PvdA politici letterlijk diens aanbevelingen over, en
ook David van Reybroucks Pleidooi voor populisme is grotendeels
schatplichtig aan het werk van Bovens. De analyse van Mark Bovens gaat
uit van een liberaal mensbeeld (dat van het geïsoleerde individu, in
andere woorden: de soevereine consument), waar kiezers net als
consumenten vaststaande behoeftes hebben, die gerepresenteerd moeten
worden in het democratische systeem. Zijn waarneming dat lager
opgeleiden andere voorkeuren hebben dan hoger opgeleiden die
onvoldoende gerepresenteerd worden, leidt tot een simpele
technocratische oplossing voor de uitdaging van het populisme: meer
lager opgeleiden in de politiek. Volgen we de argumentatie van Pels,
dan komen we tot heel andere conclusies. Als de elitaire hoogopgeleide
Fortuyn zijn merk politiek kan verkopen aan lager opgeleiden, dan gaat
het niet zozeer om intrinsieke behoeftes van lager opgeleiden die door
lager opgeleiden moeten worden vertegenwoordigd, maar eerder om wie
zijn wereldbeeld het beste verkoopt.
Het is dit politieke marketingproces, 'heen-en-weer' en 'touwtrekken'
in de woorden van Pels, dat ook een hoofdrol speelt in de analyses van
Stuart Hall. Hij benoemt het als 'interpellatie' en het kan ons een
veel diepgaander begrip geven van de politieke werking van het
populisme.
Het woord 'interpellatie' komt van de Franse filosoof Althusser, die
het op zijn beurt weer leende uit de psychoanalyse van Lacan. Hij geeft
als voorbeeld een politieagent die op straat 'Hé jij daar!' roept. Wie
zich aangesproken voelt, erkent daarmee de autoriteit van de
politieagent. Hetzelfde proces vindt plaats met de ideologische vorming
van personen, aldus Althusser, ze worden aangesproken, geadresseerd
door een ideologisch vertoog dat ze zich eigen maken. Het komt er grof
gezegd op neer dat de politieke identiteit en politieke voorkeuren van
mensen niet per definitie vaststaan, maar gevormd worden in een
communicatieproces. Nu had het mechanisme dat Althusser schetste veel
weg van Aldous Huxley's Brave New World, het concept interpellatie was
voor hem een niet al te subtiel middel om te beargumenteren dat mensen
van bovenaf gehersenspoeld worden, willoos slachtoffer zijn van
'ideologische staatsapparaten'. Stuart Hall daarentegen, heeft in zijn
werk een subtielere en minder totalitaire opvatting van interpellatie.
Hij ziet het als een ideologisch rekruteringsproces, waarbij
beeldvorming gebruikt wordt om de leefwereld van mensen, via de
beschrijving van concrete situaties, bepaalde politieke
interpretatiekaders aan te meten.
Wilders als politicus van het gezonde verstand
De grote inspiratie voor de analyses van Hall is het werk van Antonio
Gramsci. Zag de militair strateeg Von Clausewitz oorlog als
'voortzetting van de politiek met andere middelen', Gramsci zag het
precies andersom. Hij onderscheidde daartoe de frontale oorlog of
bewegingsoorlog (war of manoeuvre) met de stellingoorlog (war of
position), in het eerste geval ging het letterlijk om het opnemen van
de wapens en het omverwerpen van de gevestigde orde, in het tweede
geval was het een strijd om ideeën, welk wereldbeeld is dominant, wie
heeft de culturele hegemonie in de maatschappij? In dit laatste geval
is het maatschappelijke middenveld, de media en het veld van de
cultuur, het slagveld van de politiek.
Deze stellingenoorlog draait om het inwerken op het gezonde verstand -
the common sense, de alledaagse perceptie van de werkelijkheid die het
overgrote deel van de bevolking heeft, en waarmee zij betekenis geeft
aan hun sociale leefwereld. Dit moet gebeuren, zo stel Gramsci, aan de
hand van een eindeloze reeks 'polemieken', door 'niet aflatende en
aanhoudende inspanningen', om de betekenis van bepaalde concrete
situaties in te passen in het eigen wereldbeeld. Neem als voorbeeld hoe
alle problemen rond integratie door Wilders, in een eindeloze reeks
polemieken, stelselmatig herleid worden tot de islam als achterlijke
religie die onverenigbaar is met het verlichte westen. Wat Wilders
doet, is niet het gehoor geven aan bestaande common sense noties van de
bevolking, maar het creëren van een nieuwe alledaagse perceptie van de
werkelijkheid. Stelt Dick Pels dat 'het aanbod van politieke slogans de
vraag pas articuleert', Hall voegt hieraan toe, dat het hele
aardappelen eten, de praktijk van politieke strategie en ideologisch
conflict, erom draait in welke richting die vraag wordt gearticuleerd.
Wordt het vraagstuk integratie verbonden met een linkse notie van
emancipatie, of een rechtse notie van straatterreur en stigmatisering?
Het is deze politieke praktijk van het bewerken van populaire noties,
zo ondervond Hall tot zijn schrik, waar Thatcher en populistisch rechts
veel beter mee uit de voeten konden dan de sociaaldemocratische
technocraten. (Van huidige rechtse populisten, zoals het Vlaams Belang
of de Obama opponent en radiopresentator Rush Limbaugh is het
publiekelijk bekend dat zij zich door Gramsci hebben laten inspireren.)
Thatcher c.s. was, in Gramsci's woorden, dus een 'vormende kracht'. Zij
kon door het inspelen op de populaire moraal het gezonde verstand
scherp naar rechts articuleren. De sociaaldemocratie, volgens Hall,
'heeft geen idee meer van de educatieve en vormende rol van politieke
partijen in verhouding tot de groepen die zij vertegenwoordigd - en die
- om gerepresenteerd te kunnen worden - eerst gevormd moeten worden, in
politieke en ideologische zin'. Links als geheel heeft, volgens Hall,
'in haar eenzijdige rationalisme totaal gefaald om de noodzaak te
begrijpen in te werken van het gezonde verstand van normale mensen.'
Wat politici vergeten zijn is dat politieke representatie altijd die
vorm van touwtrekken en heen-en-weer behelst, waar Pels aan refereert.
Zo stelt Hall: 'Representatie is een actieve en vormende relatie tussen
"partijen" en "klassen", de "partij" vormt en schept de "klasse"
politiek en ideologisch gezien door haar te representeren'
Natuurlijk hadden politieke partijen in Nederland voorheen eerst de
zuil, het hele verenigingsleven, wat min of meer een samenhangende
moraal en politieke verstandhouding in haar gelederen verspreidde. Dit
alles is er echter niet of nauwelijks meer.* Het heeft plaatsgemaakt
voor de politiek van Motivaction: het eindeloos statistisch bijhouden
van de beleidsvoorkeuren van de bevolking en het daarop aanpassen van
de politieke standpunten van de partij. In Gramsci's woorden: het zich
beperken tot de 'effectieve realiteit'; met 'wat is', in plaats van
'wat zou moeten zijn'. In tegenstelling tot de diplomaat en de politiek
wetenschapper, die zich beperken tot de bestaande machtsverhoudingen,
is de ware politicus volgens Gramsci een passiemens, die een nieuwe
machtsbalans wenst te creëren:
'De actieve politicus is een schepper, een initiator; maar hij creëert
niet uit het niets noch beweegt hij zich puur in de troebele wateren
van zijn eigen dromen en verlangens. Hij baseert zich op de effectieve
realiteit, maar wat is deze effectieve realiteit? Is zij statisch en
onbeweeglijk, of is het niet eerder een verhouding van krachten, in
voortdurende beweging en verschuiving van balans? Als men zich erop
toelegt een nieuwe balans te scheppen tussen de krachten die werkelijk
bestaan en actief zijn - voortbouwend op de specifieke kracht die men
als progressief ziet om deze te versterken en naar de overwinning te
leiden - beweegt men zich nog steeds op het terrein van de effectieve
realiteit, maar met het oog haar te beheersen en voorbij te gaan (of om
hier tenminste aan bij te dragen). Wat "zou moeten zijn" is daarom niet
minder concreet; het is zelfs de enige realistische en historiserende
visie op de werkelijkheid, het gaat erom geschiedenis te schrijven en
nieuwe denkbeelden te scheppen, alleen dit telt als politiek.'
Het is precies deze Gramsciaanse opvatting van de politiek, de vormende
en scheppende relatie tot de bevolking, die Wilders en nieuwrechts met
succes lijken toe te passen. In tegenstelling tot het 'u vraagt, wij
draaien', reiken zij de Nederlandse bevolking dus beeldvorming en
politieke identiteiten aan. De lamlendigheid van de andere politieke
partijen in het bestrijden van deze politiek ligt aan het feit dat zij
dermate gewend geraakt is aan het liberale wereldbeeld als communis
opinio, aan het idee van de soevereine consument, dat zij als een baby
die nooit is blootgesteld aan bacillen, weerloos is tegen elke
ideologische infectie. In andere woorden: zij weet domweg niet meer met
ideologie en politieke strijd om te gaan. Het is tijd voor een
nieuwlinks dat, in navolging van nieuwrechts, de lessen van Gramsci ter
harte neemt en 'scheppend' durft te handelen.
'Ziet u zichzelf als populist?', was de vraag die de gratis krant Spits
aan Wilders voorlegde. Hij antwoordde met de vaststelling dat hij 'een
politicus van het gezonde verstand' was. Waarvan akte.
Merijn Oudenampsen studeerde sociologie en politicologie in Amsterdam
en is momenteel verbonden aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht,
waar hij onderdeel uitmaakt van een interdisciplinair onderzoek naar de
beeldtaal van het populisme.
* Een uitzondering aan de linkerzijde is misschien de SP, die wel
degelijk een vormende politiek bedrijft, zij het in een zeer beperkte
vorm. De 'partij van de straat' gaat inderdaad de straat op, de wijken
in, en probeert, middels vertegenwoordiging van concrete belangen en
conflicten, haar achterban uit te breiden en haar wereldbeeld te
verspreiden. Er zijn echter twee belangrijke beperkingen: allereerst is
zij in de media en het publieke debat totaal onzichtbaar, en het is
juist hier waar op dit moment de strijd in grote mate wordt bepaald.
Ten tweede lijkt zij, door haar nadruk op sociaal-economische
verworvenheden uit het verleden en een gebrek aan
politiek/intellectuele innovatie veroordeeld tot een defensieve en
reactieve politiek, terwijl Nieuw Rechts aanvallend en proactief is.| Recente artikelen uit de rubriek Landelijk | Alle artikelen uit deze rubriek
|
volgend of leidend Geschreven door yoki op 2009-10-01 22:39:34 Geheel mee eens dat de politiek zeker niet 'volgend' moet zijn, maar het ontbreekt zeer zeker aan een luisterend oor (men is of doof, of laat de oren hangen naar een virtuele luidruchtige 'meerderheid'). De politiek heeft geen draagvlak, dient de eigen elitaire minderheid. Je hebt in een bepaald artikel ook geschreven dat ze zich verbeeldt het publieke belang te dienen terwijl organisaties van burgers slechts private belangen zouden dienen. De verzuiling, zoals van Reybrouck ook opmerkt, had ook een positieve kant nl. dat er communicatielijnen door sociale klassen heen konden lopen. Niet dat je dat zou moeten willen repareren d.m.v. herzuiling – maar op de een of andere manier moet die vertegenwoordiging hersteld worden, op meer individualistische basis dit keer. (Wisselende coalities per item – graag óók in de politiek zelf!) Een enkeling, Wouter Bos bv., wil de volksverheffing wederomarmen. Bos denkt dat verheffing en emancipatie hetzelfde zijn – aan 'leidende' politici dus geen gebrek, integendeel. (Kan het niet een onsje minder af en toe...) En inderdaad: niemand in de populisme-arena (gemeenschapsdenker Bos en technocraat Bovens noch individualisme-prediker Pechtold of de verlichte Dick Pels) die breekt met het neoliberalisme. Breken met het neoliberalisme ... zou dat 'het volk' nou werkelijk niet aanspreken, of is dat slechts wishful thinking van het establisment? Ik weet alleen dat mijn onvrede 'm vooral dáár in zit. (Enquête houden?)
| Verworvenheden Geschreven door Joris den Blanken op 2009-10-02 00:18:30 "Ten tweede lijkt zij, door haar nadruk op sociaal-economische verworvenheden uit het verleden en een gebrek aan politiek/intellectuele innovatie veroordeeld tot een defensieve en reactieve politiek, terwijl Nieuw Rechts aanvallend en proactief is." Is het niet zo dat Nieuw Rechts in feite ook appeleert aan 'verworvenheden' uit het verleden? Een homogene cultuur, veiligheid op straat etcetera? Een reconstructie van het verleden, of het terugverlangen naar een geidealiseerd verleden, kan wellicht ook scheppende politiek zijn. Joris | Groeieconomie heilig Geschreven door Serge op 2009-10-02 22:24:57 Ik ben het met Yoki eens dat ik denk dat er geen echte kansen liggen voor links zolang het neoliberalisme met de bijbehorende groei economie nog kan blijven functioneren. Een krimpeconomie en meer sociale en duurzame politiek is gewoon totaal onverkoopbaarl!!! en met een beetje geluk kan je een of twee zetels mee winnen en dat is ook al. De bevolking is weliswaar de politieke gevolgen van het neoliberalisme zat, maar wil nog wel profiteren van de materiele welvaart, die nog steeds moet groeien (over de ruggen van de mensen in de armgemaakte gebieden). Juist de PVV richt zich naast zijn Islamofobie (wel de olie en niet de rest...) enorm op welvaart. Bezuinigen op allerlei "linkse hobbies" (lastig he de milieulobby en de hippies en andere vrijbuiters en levenskunstenaars die in hun ogen alleen maar geld kosten) ,de deur dicht houden voor migranten alsmede de graai-inkomens aanpakken moet uiteindelijk leiden tot belastingverlaging of lagere prijzen van diensten of producten. De PVV wilde eerst ook de sociale zekerheid aanpakken, maar aangezien dit niet door zijn achterban gewenst is heeft hij dit idee snel laten varen. De bevolking wil dus gewoon economische groei en alle partijen bieden dit ook aan in het programma. Laten we wel wezen dat dit in het decor plaats vind waarin steeds duidelijker wordt dat de groeieconomie eigenlijk niet meer houdbaar is en diep in zichzelf nog weet. Populisten zijn in dit tijdsbestek gewoon de ontkenningsfase en ze zullen ieder die het geloof in de groeieconomie in twijfel trekt de mond willen snoeren, door linkse hobbies niet te subsidieren en mensen, die andere dingen doen dan loonarbeid zo snel mogelijk aan het werk te duwen. Al met al kan ik het volgende illustreren dat de fascisten de arbeider de auto hebben gegeven en links dit voorrecht probeert te bediscusieren en dit met het achtergrond van allerlei noodzakelijke en impopulaire milieumaatregelen, die zeker niet goed liggen bij een deel van de kiezer. die net zo lief de hoofd in de grond steekt. Links kan alleen winnen als er een nog grotere crisis komt waaruit zal blijken dat economische groei niet meer mogelijk is en dan is het in het begin nog niet van harte. Deze crisis heet Peakoil en wordt verwacht zo rond 2012. | commentaar Geschreven door merijn op 2009-10-06 19:54:52 Hé daar, Yoki, je hebt gelijk, breken met het neoliberalisme zou zeker punten scoren, maar die breuk zou wel betekenen dat je er iets nieuws voor in de plaats moet zetten. En Joris, je hebt daar een goed punt te pakken. Het klopt wel dat het terugverlangen naar het verleden tot scheppende politiek kan leiden, al werkt dat meestal beter voor rechtse, en conservatieve stromingen. Hetzelfde geld voor crises. Het probleem van links is dat zij voortdurend in het defensief zit. Je moet toch met nieuwe ideeën komen wil je wat veranderen en aanvallende politiek kunnen voeren. En links heeft weinig geinnoveerd sinds de jaren zeventig behalve dan de Derde Weg via het overnemen van neoliberaal beleid. Ik denk dat daar het probleem ligt, je moet jezelf toch als nieuwe politiek kunnen neerzetten en de power that be kunnen uitdagen. Dat zie ik links niet zo snel doen. Maar goed, er kan altijd weer iets nieuws opgroeien uit de huidige mesthoop.. Merijn
| Globalisering. Geschreven door Wouter ter Heide. op 2009-10-07 19:49:31 Om de problemen van de globalisering het hoofd te bieden, zal allereerst de partijpolitieke grondslag van ons bestel openlijk ter discussie gesteld moeten worden, omdat de globaliseringsproblemen geen verdeeldheid zaaiende partijpolitieke maar een eensgezinde neutrale aanpak behoeven. Een boven de partijen uitstijgende aanpak die een ieder in zijn/haar waarde laat, dus geen gevaar vormt voor welke levens- en wereldbeschouwelijke overtuiging dan ook. Dé voorwaarde om gezamenlijk de schouders te zetten onder de gemeenschappelijke problemen. De moeilijkheid is alleen dat voor de realisatie van dat neutrale ‘eendracht-maakt-macht-bestel’ de medewerking van onze partijpolitici onontbeerlijk is. Zolang die ontbreekt blijft het dweilen met de kraan open en kan de strijd tégen de globaliseringsproblemen en het daarmee gepaard gaande onrecht, ofwel die vóór het algemeen belang, gevoeglijk als verloren worden beschouwd.
| de kracht van rechts Geschreven door david op 2009-10-08 11:38:42 Je stuk bevat enkele interessante punten over het moderne rechtspopulisme - punten die bij het recente debat in Leiden, waar je bij was, helaas door tijdsgebrek niet aan de orde konden komen. Het is inderdaad belangrijk vast te stellen dat de bijna hysterische stemming rond de islam in Nederland tegenwoordig (in deze vorm uniek in de wereld, denk ik) voor het grootste deel op het conto valt te schrijven van Wilders zèlf - in plaats van een aanwezig 'onderbuikgevoel'. Wilders maakt knap gebruik van de kracht van de herhaling om zijn (schaarse) punten op de agenda te krijgen. Wie maar blijft roepen dat Nederland 'islamiseert', 'onder de voet gelopen wordt' etcetera - bereikt minimaal dat veel mensen dit als een serieuze notie gaan beschouwen. Mensen die dit trachten te relativeren, zijn dan wereldvreemd, links of naïef. Onlangs werd Wilders zo enthousiast door het succes van zijn eigem methode, dat hij Obama zelfs tot Chamberlain kon bombarderen. Op dezelfde manier zijn rechtse politici erin geslaagd het beeld neer te zetten van de media als zijnde links. Ook hier geldt: als een boodschap maar vaak genoeg herhaald wordt gaan veel mensen dit beschouwen als iets wat minimaal wel een beetje maar moet zijn. Zo denkt ook de redactie van Ravage dat 'de media' in Nederland links is, om maar een zijweg te noemen. In werkelijkheid - en goed dat je dit duidelijk aangeeft in je stuk - is er nauwelijks sprake van linkse media in Nederland. En al zeker niet de televisie, voorzover het daar nog enigszins serieus over politiek gaat. Daar is men volledig in de ban van de rechtse agenda (gisteren raakte ik de tel kwijt met het aantal mensen dat opmerkte 'je blijft met je vingers van andermans eigendom af!!') Of nieuwrechts van duurzame aard zal zijn, waar jij vanuit gaat, vind ik te vroeg om te zeggen, maar ik ben wat dat betreft ook niet zo optimistisch. Buitenparlementair links is zwak, en parlementair links - voor zover je daar nog van kunt spreken - heeft zoals je het noemt geen 'vormende krachten' - en kan dus nauwelijks de agenda beïnvloeden. En dus praat men treurig genoeg mee met een agenda die volledig gedomineerd wordt door rechts: integratie, veiligheid, islam, arbeidsdwang. Dat is natuurlijk een doodlopende weg. | PVV Geschreven door help!! op 2009-10-13 02:21:13 eek Wat hier staat is je reinste indoctrinatie en leugens. Er wordt gerept over rechts populisme erg laconiek dat nederland zogenaamd overspoeld zou worden met moslimimmigranten. Dat is wel degelijk de bedoeling van dit " vredelievende en tolerante" volk met deze religie!! Zo te lezen zijn jullie wel degelijk goed op de hoogte, jullie weten dan ook donders goed dat 'islamieten" er graag mee provoceren met: Jij hebt maar 2 kinderen, wij 5! Over een aantal jaar nemen wij nederland over! Wat mij verbaasd is dat de linkse kerk e.d. zo fanatiek hun gal spuugt op de PVV en hun stemmers tot onterecht bange en of domme tokkie's. Willen jullie juist dat de (r)overheid meer / de absolute macht krijgt? (NWO) iedereen een chip in zijn kont e.d. Dat de meerderheid van de overheid de islam graag het (vuile)werk laten opknappen om nederland tot een grote failliete puinhoop te laten veranderen wanneer de islam hier de macht probeert over te nemen zodat deze een goed excuus hebben om buitenproportieonele maatregelen te nemen die we op dit moment nog niet zouden pikken, angst laten ontstaan als truc: Met als doel de absolute macht over ons te nemen: Iedereen gechipt en geen privacy meer, Je ziet het steeds meer, camera's op grote wegen, we worden er langzaamaan voor klaargestoomd. Nu: vingerafdrukken verplicht in je paspoort!!! Allemaal onder het mom van veiligheid!! De mensen pikken het morrend hortend en stotend zonder echt protest! We zijn er klaar voor gestoomd door de jarenlange indoctrinatie over (moslim) terrorisme, als er niet zoveel islam in Nederland was is er ook minder reden voor terreurdreiging! Daarom stem ik PVV, voor mij geen chip in mijn lichaam als 'excuus' voor veiligheid. Neem de aanslagen in Madrid van destijds: Vlak voor de verkiezingen leek het erop dat rechts een meerderheid zou krijgen, een aanslag door en in naam van die achterlijke islam vlak voor de verkiezingen zorgde ervoor dat er weer meer op links werd gestemd. Dus links had daar meer macht met behulp van moslimterreur, hoe meer macht van links hoe meer macht van kwaadwillende moslims, Ik stem op PVV niet uit angst! Maar uit verantwoordelijksheidsgevoel. Als je jezelf mocht verdedigen in dit land met bijvoorbeeld wapens e.d. had wilders niet zo populair geweest, dan was het via de politieke weg niet zo nodig om ons tegen moslimterreur in ons eigen land te beschermen! We kunnen miljarden besparen, iedereen die werkt gaat erop vooruit, en dan kunnen jullie daarna nog altijd jullie o Zo verfoeide ongewilde vele geld wat je dankzij wilders hebt terugverdient/uitgespaard VRIJWILLIG aan goede doelen schenken die je zelf maar wilt, maar laat dat niet de overheid ongevraagd voor ons doen.
| Vredelievende wereld Geschreven door Wouter ter Heide. op 2009-10-22 09:53:17 Het streven van GroenLinks en de SP om bijzondere scholen te verbieden een gericht toelatingsbeleid te voeren, vormt volgens de directeur van het Landelijk Verband voor Gereformeerde Schoolverenigingen (LVGS), drs. Harry Lamberink, een bedreiging voor een vreedzame samenleving. Daarmee maakt hij duidelijk geen enkel heil te zien in de leus ‘Onverdeeld naar de openbare school’. Jammer, omdat het openbaar onderwijs bij uitstek geschikt is om onze kinderen klaar te stomen voor de vreedzame samenleving. Dit type onderwijs zet zich namelijk niet af tegen welke geloofs- of levensovertuiging dan ook. Integendeel, het biedt daar alle ruimte aan, als logisch van het feit dat in het openbaar onderwijs godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs niet moet, maar mag. Deze vrijheid vormt de ideale voedingsbodem voor de verwerkelijking van de vredelievende wereld waarin het lam bij de leeuw ligt, beren en koeien samen weiden en kinderen zonder problemen bij het hol van een adder spelen. Dit oudtestamentische (vredes-)visioen zal immer een luchtspiegeling blijven zolang de LVGS niet inziet dat de linkse initiatiefwet geen enkele bedreiging vormt voor het vreedzaam samenleven van burgers en minderheden, maar juist de voorwaarde is voor het verwerkelijken van dat hoge maatschappelijke ideaal. Er is dan ook geen sprake van dat door deze wet een peiler onder het grondrecht op vrijheid van onderwijs wordt weggeslagen of dat daardoor een rangorde van grondrechten ontstaat, zoals drs. Harry Lamberink suggereert. | Vrede is mogelijk. Geschreven door Wouter ter Heide. op 2009-10-23 23:59:02 Voorwaarde voor vrede. De directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie, Gert-Jan Segers, is zeer bezorgd over de komst en integratie van moslims en vreest dat de samenleving uiteenvalt. In zijn islamstudie ‘Voorwaarden voor vrede’ legt hij daarbij de vinger op de zere plek: “Gebrek aan een gedeelde levensbeschouwing”. Voor het oplossen van dat fundamentele gebrek leent zich geen enkele religie of ideologie, maar wel de gaia-hypothese. De opvatting van onze aarde als één groot levend oerorganisme waar wij - als mensheid in verscheidenheid - niet boven staat maar een integraal deel van uitmaken. Dit houdt in dat wij - als mensheid - gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van die levende totaliteit. Niet alleen in ons eigenbelang, maar met name in dat van onze eerste zorg: “Ons nageslacht”. Een gezamenlijk verantwoordelijkheid die vraagt om een gemeenschappelijke aanpak, ofwel een ‘eendracht-maakt-macht-bestel’, als vervanger van het verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel. De moeilijkheid is alleen dat voor deze radicale breuk met het huidige bestel de medewerking van onze overheid, politiek Den Haag, onontbeerlijk is. Zolang deze ‘voorwaarde voor vrede’ achterwege blijft, blijft het dweilen met de kraan open, waardoor het vredesideaal zo zal verwateren dat het op termijn geheel uit het zicht zal verdwijnen, de welgemeende oproep van de heer Segers dat ‘het roer echt om moet’ ten spijt.
| |
|
 |
 |
 |
 |
|
|